Een Issa’tje

Ochtend, hij staat weer
te dromen waar ik bij sta.
Geert in de spiegel.

Vanmorgen heb ik een Issa’tje gedaan. Kobayasi Issa (1763-1827) wordt tot één van de vier grote haikumeesters van het oude Japan gerekend en is vooral bekend van zijn talrijke fijne haiku’s over de kleinste wezens: insecten, slakken, vogels. Niettegenstaande zijn onwaarschijnlijk grote pech in het leven (hij verloor vroeg zijn vrouw, tijdens zijn leven overleden al zijn kinderen heel jong en zijn huis brandde tot de grond af) bleef hij in zijn poëzie heel optimistisch en zorgde vrijwel altijd voor een glimlach. Hij relativeerde ook heel sterk zichzelf.

En hoewel men vaak (ten onrechte) beweert dat een haiku geen ik mag bevatten, doet Issa het voortdurend. Er zijn zelfs haiku’s waarin hij zijn naam gebruikt en over zichzelf dicht in de derde persoon enkelvoud. Zoals deze in een vertaling van de grote haikukenner R.H. Blyth:

The autumn wind;
There are thoughts
In the mind of Issa.

En dat bedoel ik met een Issa’tje doen: ik schreef een haiku waarin mijn eigen voornaam voorkomt. Een beetje geïnspireerd door de haiku van Issa. Maar toch ook weer anders.