Haikureeks

Hierbij nog een kleine, verse haikureeks van vandaag, waarbij de ene haiku telkens de volgende als het ware oproept. Er is niet meteen of per se een rechtstreeks verband, maar toch raken ze elkaar aan: de wind drijft de bladeren op het kanaal uiteen, wijl hij ook vallende bladeren nog hoog boven het kanaal doet opwaaien, waarbij het soms niet meteen te zien is of het warrelende bladeren of kauwen zijn, kauwen die nog lang in het halfdonker kletsen in de bomen langs het kanaal, het kanaal dat ’s avonds, als de wind uiteindelijk viel, er vaak stil en glad bij ligt, waardoor het lijkt of het wacht om weer te stromen tot ’s morgens het eerste binnenschip het water beroert.

Uit kruinen gewaaid,
blaast wind nu de bladeren
op de stroom uiteen.

Zijn het bladeren
door de herfstwind opgetild?
Nee, het zijn kauwen!

Lang nadat het licht
al uitging, kletsen ze voort.
Kauwen aan de stroom.

De stroom ligt nu stil.
Wachtend op het eerste schip
dat weer voorbijroert.