Ontwaken

We staan … eh … liggen er nog zelden bij stil: dat het ontwaken eigenlijk iets heel bijzonders is. Er gebeuren op dat moment heel wat ingewikkelde processen in ons lichaam. En daar kan ook altijd iets bij mislopen.

Ik maakte daarover een haiku. Een heel eenvoudige haiku over iets heel ingewikkelds dus. De bedoeling van de haiku is om er even de aandacht op te vestigen. Op het feit dat we iets dat op zich heel bijzonder is heel gewoon zijn gaan vinden. En ik vraag mij af hoe dat idee het sterkst werkt, overkomt: als ik mij laat ontwaken op een regendag, op nieuwjaarsdag of op paaszondag.

Ik denk dat ik voor paaszondag kies. Omwille van de klank. Ik heb het gevoel dat dat woord het meest bijzonder klinkt en dus het bijzondere van het moment van het ontwaken nog net iets meer in de verf zet. En dan vooral het feit dat we dat niet bijzonder vinden. Het bijzondere van paaszondag versterkt met andere woorden het idee dat we dat niet bijzonder vinden.

Ook in regenweer
ervaar ik mijn ontwaken
als iets heel gewoons.
~
Ook op nieuwjaarsdag
ervaar ik mijn ontwaken
als iets heel gewoons.
~
Ook op paaszondag
ervaar ik mijn ontwaken
als iets heel gewoons.

Duo

Ik maakte een duohaiku. Ze bestaan elk apart, maar samen zeggen ze misschien meer. Lees maar wat dieper.

Als het zomer is,
denkt hij dat de bladeren
nooit zullen vallen.
~
Als het winter is,
gelooft hij niet dat er straks
weer bladeren zijn.

Experimenteren

Ik heb gisteravond nog eens wat geëxperimenteerd met het genre haiku. De kleine gedichten hieronder zijn dan ook niet wat ik klassieke haiku’s zou noemen. En toch zijn het voor mij echt wel haiku’s. Ze geven namelijk een eenvoudige en vrij objectieve expressie van een impressie in het nu. En dat is in grote lijnen wat een haiku toch is. Ik voegde er alleen een tikkeltje mysterie aan toe. Door een wat meer persoonlijke touch. Een veeg emotie subtiel doorheen de verf gestreken. Of ik gaf de haiku een kronkel mee door de wat aparte manier van formuleren.

Ik zou deze ‘trucjes’ graag samenvatten onder de noemer: poëtische dimensie. En moet haiku toch ook niet poëzie zijn, poëzie uitstralen, poëzie laten klinken? Ik denk aan onze geliefde Matsuo Bashõ: Neem uw gedicht duizendmaal op de lippen.

Van de maan is al
zoveel gezegd; van de maan
is nog niets gezegd.

Hoe is het met jou?
vraagt zij mij tot twee keer toe,
mij tot twee keer toe.

Nu het klokje slaat,
zie ik haar staan; het slaat mij
elf uur haar kant uit.

Avond; iemand komt
iemand halen om iemand
te komen zoeken.

De volle maan

Laat ons nog eens een haiku dieper lezen.

Een heldere nacht;
de volle maan schijnt nu door
mijn halfopen raam.

Op het eerste gezicht is het een wat komische, haast absurde haiku. Of het raam nu halfopen staat of helemaal open, de maan schijnt er altijd door. Ongeacht ook of ze zelf vol, half of maar een sikkeltje is. De tegenstelling waarmee in de haiku wordt gespeeld, is dus maar schijn. Letterlijk zelfs in dit geval.

Maar zoals je ondertussen wel weet: in haiku staat er nooit iets toevallig. Of toevallig zo. En het is net dat absurde dat je dat zegt: opgepast, hier valt meer te lezen dan je denkt, dan je ziet.

LEZING

De haiku begint met een eenvoudige vaststelling: een heldere nacht. En er is een volle maan. Bovendien, zo lees je ook, staat mijn raam maar halfopen. Met welke diepere betekenis zouden deze drie elementen nu te verbinden vallen? De heldere nacht misschien met een helder moment? Een moment waarop je plotseling iets klaar en duidelijk ziet? Als je zo’n helder moment hebt, is soms maar een kleine gedachte (halfopen) nodig om toch een mooie ingeving, iets groots (de volle maan) te beseffen, te ontdekken. Of nog anders gezegd: op heldere momenten krijg je vaak grote ideeën, ook al staat je geest op dat moment maar op een kier. Zoiets?

Te ver gezocht? In haiku mag je altijd zo ver zoeken als je zelf wilt. Zelfs nog ver voorbij de volle maan.

De winterwandeling

Ik maakte vandaag een winterwandeling van meer dan tien kilometer. In wisselvallig weer, maar in een mooi stuk natuur in het Turnhouts Vennengebied. En met een nieuw ‘speeltje’: een USB-stick waarin ook een microfoontje zit verwerkt en die in mijn jaszak past. Zo kan ik onderweg mijn instanthaiku’s snel en heel eenvoudig opnemen en ze dan thuis rustig noteren en verder afwerken. Héél handig! Hierbij de reeks van deze namiddag.

Winterwandeling.
Een paar koeien begrijpen
er ook niets meer van.

Gele trilzwammen.
En een groepje kinderen
nieuwsgierig errond.

Het waterhoentje
schrijft op de slotgracht een V
in zijn waterfont.

En de wei, de wei,
ook leeg blijft ze nu een wei.
Winterwandeling.

De winterakker
toont nog zijn geschiedenis.
De maisstoppels.

Aan houvast heeft mos
al genoeg en kleurt de steen.
Winterwandeling.

Op de zandpaden
liggen plassen, op de weg
niet één enkele.

Een bord met een plan;
voordien liep ik niet verkeerd.
Winterwandeling.

En op de slotgracht,
al die nieuwe kringetjes
op ’t oude water.

Winterwandeling.
Halfweg geef ik mijn muts op.
Mijn haren hou ik.

En over het pad
een overhangende tak.
Eronder een mens.

De winterregen.
En een boom gaf aan zijn voet
wat zwammen over.

De beek is niet diep.
En toch waagt niemand de sprong.
Een brugje zoeken.

Winter en regen.
Alle bankjes nu bezet:
nat, nat, nat en nat.

Ook in de winter
houdt hij met al zijn handjes
de boom vast; klimop.

Voor mij klaart het op.
Maar toch word ik nog lang nat.
Winterwandeling.

Omgekeerde zak.
Traag drijvend in het kanaal
brengt hij water weg.

Winter, de ekster;
maar waar toch liet hij zijn staart?
Zoekend in een nest.

Winterwandeling.
En ook mijn nieuwe jeansbroek
heeft meegewandeld.