Kleine woordjes

Ik blijf maar denken
dat ik niet verdrietig was.
Een roodborstje zingt.

Mag ik het eens hebben over de kleine woordjes in haiku? Over hoe belangrijk ze zijn en een haiku een andere of diepere betekenis kunnen geven? Lees nog eens bovenstaande haiku. En let daarbij op het woordje was aan het eind van de tweede regel. Als je weet dat een haikudichter haast over elk woord tien keer nadenkt, moet je beseffen dat er niet voor niets was staat. Een verleden tijd dus na een tegenwoordige tijd. Maar waarom?

Eerst nog even dit: meer in de lijn van de verwachting als je de haiku aan het lezen bent, ligt ben, de staat van zijn in de tegenwoordige tijd. Zo dus:

Ik blijf maar denken
dat ik niet verdrietig ben.
Een roodborstje zingt.

Maar hoeveel rijker, dieper en mooier is de haiku niet met was? Die verleden tijd in de tweede regel tegenover de tegenwoordige tijd in de eerste regel drukt immers een verandering van de staat van zijn uit. Dat kleine woordje voegt zo een heel verhaal aan de haiku toe, namelijk dat het horen van het melancholische lied van het roodborstje ervoor heeft gezorgd dat de dichter zich verdrietig is gaan voelen. Meer nog, hij weet eigenlijk niet goed waarom, vraagt het zich enigszins verbaasd af: hij was voordien toch niet verdrietig? Zonder was in de verleden tijd zou die diepere laag, die verandering van emotie, niet in de haiku zitten.

En door die suggestie van verandering van emotie kun je je als lezer ook gaan afvragen waarom het lied van het roodborstje die verandering veroorzaakte? Doet het lied de dichter aan iets denken en werd hij daarom verdrietig? Of was hij voordien misschien toch al verdrietig zonder het te beseffen? Dat kleine woordje was opent dus een heel nieuw register in de haiku.

Haiku

Haar nieuwe kleren;
ze trekt ze aan en weer uit.
Want er is niemand.

Zullen we nog even dieper lezen? Deze haiku schetst een eenvoudig tafereel: iemand heeft zich helemaal in het nieuw gestoken, komt ermee thuis en wil zichzelf in al dat nieuws nog eens zien. Ze trekt de kleren aan en gaat voor de spiegel staan. Mooi hoor! Maar wat heeft ze eraan? denkt ze. Er is niemand om haar in haar nieuwe kleren te zien. En dus trekt ze die dan maar meteen weer uit.

Het tafereel op zich is duidelijk en wellicht wel herkenbaar. Maar de haiku gaat over nog veel meer dan nieuwe kleren kopen en die even aantrekken. Gaat hij ook niet over de vraag waarom we iets nieuws kopen? Doen we het louter voor onszelf, voor ons eigen plezier, of doen we het ook om mooi gevonden te worden door anderen? En wat als er geen ‘anderen’ zijn? Hebben die nieuwe kleren dan nog wel zin? Zo gezien en gelezen kun je deze haiku ook een senryu noemen. Omdat hij op een wat schertsende toon een klein kantje van de mens laat zien.

En misschien lees je er wel een gedicht over eenzaamheid in. Misschien is het hoofdthema van de haiku niet de nieuwe kleren van de vrouw, maar de grote eenzaamheid van de vrouw. Want er is niemand om haar in die nieuwe kleren te bewonderen en mooi te vinden. Het meteen weer uittrekken van de nieuwe kleren is een manifeste blijk van het zich alleen voelen, een geste van eenzaamheid. Als je hem zo leest, is het dus helemaal geen haiku over nieuwe kleren, maar over eenzaamheid.

Haiku

Zo begon vanmorgen de dag. Een prachtig en kleurrijk zicht.

Jurk van vorig jaar;
de bloemen nog niet verwelkt.
En hij past zelfs nog!

Maar opgepast:

De zomer op komst;
het okselhaar groeit alweer
uit heel wat mouwen.

Dorama

Heel leuk om te maken ook, die haiku dorama. Eerst de rekwisieten op de scène klaarzetten (wat wind, een populier voor het raam en een geluidsband met ruisende bladeren) en daarin en daarmee dan spelen.

wind bomen ruisen
— de zomer al op een kier —
het raam wagenwijd