Het druppen

Vandaag
een aalscholver;
ik laat druppen
wat drupt.

Dit is dus een kyowatori. Het mooie aan zo’n kyowatori is dat hij meestal ook subtiel een weetje over de vogel bevat. Want net een bepaalde eigenschap of een kenmerk van die vogel wordt gebruikt om iets over jezelf te vertellen. Hier dus het druppen.

Aalscholvers duiken in het water naar vis. Om zo diep mogelijk te geraken, bevat hun verenkleed weinig vet, waardoor het water tot op hun huid kan doordringen en er maar weinig lucht tussen hun pluimen overblijft. Zo komen ze snel het diepst om een vis te pakken. Maar nadien zijn ze dus behoorlijk nat en moeten ze zich laten drogen. Zo zie je aalscholvers vaak met hun vleugels open staan. Ze laten het water letterlijk van tussen hun verenkleed druppen en het door de wind drogen. Ze kunnen een heel eind zo staan, laten druppen wat drupt.

En wat vertelt de kyowatori daarmee over mijzelf? Dat ik af en toe eens laat hangen wat hangt, de dingen laat passeren zoals ze passeren, mij niet druk tracht te maken om mijn natte verenkleed en het maar laat druppen. Tot ik vanzelf weer droog ben. Je mag hem zo diep lezen als je wilt.

Halo

Al een hele poos houdt mij aan de einder aan het kanaal in Turnhout een oranje gloed bezig. Soms is hij er en soms ook niet. Het hangt, zo begint het mij stilaan te dagen, van de weersomstandigheden af. Meer bepaald van de hoogte en de dichtheid van het wolkendek. Dat zorgt voor die gloed, althans voor de weerkaatsing ervan, voor het projectiescherm als het ware, waardoor ik die gloed kan zien. Bij valavond, ’s morgens vroeg of zelfs midden in de nacht. Het is werkelijk een soort halo aan de horizon, bij momenten best wel indrukwekkend en pal voor mij te zien door het zijraam van mijn Zevende Hemel, Belle Fontaine. Maar wat is het?

Ik legde mijn iPhone op de vensterbank en opende Google Maps in kompasmodus. Er is — waar het in de verte gloeit — nergens een groot industrieterrein te bespeuren. Wel is er ver weg de grote stad Breda, pal op die plek. Dat is ongeveer veertig kilometer verder. Zou het? Het kan haast niet anders. Die oranje gloed is wellicht het stadslicht dat van onderuit op de lage wolken erboven reflecteert. Wow!

En kijk, niet zo lang geleden ontdekte ik ook een soortgelijke, maar minder felle halo aan de horizon als ik door het grote terrasraam kijk, een eind meer naar het oosten. Google Maps toont mij dat daar Eindhoven ligt. Precies daar. Iets verder nog, op vijftig kilometer. Dat zou die zachtere halo verklaren. De mens en zijn heilige gloeien.

En in de verte,
Breda achter de bossen.
Een oranje gloed.

Blauwe hemel

Herfst; door de wolken
nog de blauwe hemel zien.
Voor de avond valt.

Een heel eenvoudige haiku waar je nog veel kanten mee uit kunt. Er is vooreerst het zichtbare tafereel: je maakt in de latere namiddag een herfstwandeling, kijkt op een bepaald ogenblik naar boven en ziet tussen de bewolking nog plekken blauw. Maar een soort van gulden regel bij haiku is dat hoe eenvoudiger hij op het eerste gezicht lijkt, hoe dieper je hem kunt lezen. De eenvoud is vaak een soort tip: lees maar, lees maar verder, dieper, er zit meer achter dan je denkt.

DIEPERE LEZING

Wie aan de diepere lezing begint, merkt al snel dat de haiku vol symbolische woorden zit: herfst, wolken, blauwe hemel, avond, valt. Het zijn stuk voor stuk ankerwoorden om even aan te leggen en ze binnen het geheel een diepere betekenis te geven. Herfst zou hier kunnen verwijzen naar een bepaalde periode in het leven, na de zomer dus. Herfst zou je kunnen vervangen door Je wordt al wat ouder. En dan gaat de haiku verder met wolken. Zijn dat de onaangename, verduisterende akkefietjes, kwaaltjes, ongemakken die bij het ouder worden steeds vaker optreden?

Toch is er nog blauwe hemel. Hoeveel mag je zelfs als lezer zelf beslissen: de schone dingen van het ouder worden, de rust die je vindt, het misschien makkelijker klaar zien, meer openheid, enz. Maar je beseft tegelijk dat op een dag de avond valt. Een verwijzing naar de nakende dood? Maar er staat voor de avond valt. Er is dus het besef dat er nog tijd is, een besef van het nu ook, dat je nú de mooie dingen moet opmerken, de blauwe hemel moet zien. Want als het avond is, is het donker en kún je die blauwe hemel niet meer zien. Op die manier wordt de haiku ook een boodschap: leef nu, stel niets uit, heb nú aandacht voor de blauwe hemel door je wolken.

Haiku dorama

Ik breng nog even — dat doe ik op gezette tijden — de haiku dorama in herinnering. Het is een zelf bedachte, speciale vorm van de haiku, die wat meer ‘drama’ bevat dan de klassieke haiku. Meer drama en ook meer spel met een heel specifieke, vaste vorm. Elke regel staat op zich. En in de eerste regel worden met een paar losse woorden de rekwisieten en/of de regie uitgezet, de tweede regel is een tussengedachte en de derde regel geeft een duiding aan het geheel of de moraal. Op de gedachtestreepjes na heeft een haiku dorama ook geen leestekens.

Bovendien vormt elke combinatie van twee van de drie regels nieuwe minihaiku’s van tien of twaalf lettergrepen. Zo krijg je in feite vier korte gedichten over hetzelfde. Boeiend dus om te maken en ervoor te zorgen dat je deze literaire puzzel gelegd krijgt. Boeiend maar niet altijd eenvoudig en alvast een goeie oefening in verdichten. Hierbij nog eens een drietal haiku dorama’s.

kraan hijsen zwieren
— ook rusteloos de kauwen —
het huis nog niet af

kamer uitzicht bos
— van vensterglas het landschap —
en moeder daarin

kanaal boot avond
— de zon vaart schitterend uit —
samen stroomafwaarts

Vriesganzen

In mijn werktoren Belle Fontaine, in de Zevende Hemel dus, kijk ik rondom enorm ver en zit ik haast op gelijke hoogte met de vogels. Ik zag al verschillende keren vriesganzen in een V voorbijtrekken. Dichtbij en veraf, soms al strak, soms nog slordig. Het is de bedoeling dat ze van het kouder wordende noorden naar het iets warmere zuiden trekken. Maar soms vliegen ze in grote groepen zuidelijker en verzamelen kleinere groepjes eerst op een centrale plek. Daardoor lijkt het dan soms alsof een groepje verkeerd vliegt. Naar het noorden.

Ik maakte van de eerste vriesganzen die ik zag (en hoorde) een reeks haiku’s.

Eerste vriesganzen.
En zo geconcentreerd nog
dat ze niets zeggen.

Eerste vriesganzen.
Ze weten het nog niet goed,
vliegen naar ’t noorden …

Eerste vriesganzen.
Nog aan het oefenen op
hun perfecte V.

Eerste vriesganzen.
En erboven een vliegtuig
dat veel kleiner is.

Eerste vriesganzen.
Wie trok het kortste strootje
en moet de kop doen?

Eerste vriesganzen.
Gebroken paternoster
hoog aan de hemel.

Eerste vriesganzen.
En zie ze al reiken met
hun gestrekte nek!

Eerste vriesganzen.
Aan de vleugelslag te zien,
moeten ze nog ver.

Eerste vriesganzen.
En hoe evenwijdig toch
met de horizon!

Eerste vriesganzen.
Een klein groepje wil nu al
het noorden kwijt zijn.

Eerste vriesganzen.
Ginder in de schemering
nog zonder lichten.

Eerste vriesganzen.
Hoor, hoor ze dan! Eindelijk
kan ik gaan slapen!

Eerste vriesganzen.
Diep in de nacht doen ze mij
nog eens omdraaien.

Eerste vriesganzen.
Zouden zij nu in de zon
ontbijten vandaag?

Kerst in de haven

Ook in de jachthaven aan het kanaal in Turnhout is het al kerst. Met kerstverlichting aan sommige boten, waarmee ze zich min of meer aan de kaai vastbonden. Ik maakte er een reeks foto’s van. En ook een haikusequens. Bijzonder aan die sequens is nog dat de ene haiku in de andere haakt. Doordat de eerste regel van de volgende haiku een soort echo is van de laatste regel van de vorige. Zo ontstaat er een eenheid.

En in de haven
ook in het koude water
kerstverlichting zien.
~
De kerstverlichting
bindt de boten aan de kaai.
Uitvaren on hold.
~
Het jaar uitvaren
op een boot aan de kade.
Zonder vaste grond.
~
Vaste grond vinden,
wiegend op donker water.
Kerstmis op een boot.