De teek

Wat baat haar schoonheid
als je ze toch moet mijden?
Hoogzomer, de teek.

Gaat deze haiku over een teek? Ja natuurlijk, dat staat er toch? Nee, natuurlijk niet! Waarom zou ik een haiku over een teek maken? Waarover gaat deze haiku dan wel? Dieperliggend over de relatie schoonheid-goedheid. Of beter: het niet bestaan van die relatie. Het is immers niet omdat iets mooi is, dat het vanzelf ook goed is. De schoonheid van dingen en mensen is geen waardemeter voor de goedheid ervan. Maar hoe vaak laten we ons daardoor niet misleiden?

VRAAG

De haiku wil je dus wijzen op het losstaan van schoonheid en goedheid. Door dat als een vraag te formuleren, zegt de haiku tegelijk ook dat we dat op zich vreemd vinden, dat we eerder lijken te verwachten dat schoonheid ook goedheid inhoudt. Wat baat het? wordt er in de haiku gevraagd. Alsof het de bedoeling zou zijn, logisch is dat schoonheid vanzelf ook goedheid impliceert. De teek doet ons inzien van niet. Maar we lijken het niet goed te begrijpen en stellen ons daarom de vraag wat die schoonheid dan voor nut heeft.

Daarover gaat dus de haiku: over ons menselijke aanvoelen dat schoonheid goedheid zou moeten impliceren, terwijl dat in de realiteit vaak niet het geval is. De teek als ‘boosaardig’ dier doet hier dus gewoon dienst om die tegenstelling extra in de verf te zetten.

Tegenwijzerzin

O kijk, in Japan
draaien de fietswielen in
tegenwijzerzin!

Poëzie of gewoon wat gekkerij? Bij haiku of senryu moet je altijd voorzichtig zijn als je denkt met gekkerij te maken te hebben. Of je wórdt voor de gek gehouden.

We krijgen zelden of nooit een Westerse sport in het Oosten te zien. Zoals vandaag de olympische wegrit wielrennen in Japan. Als je dan zit te kijken met die wetenschap in gedachten kijk je haast als vanzelf anders. Met een andere blik. En dan ga je ook vanzelf andere dingen bekijken óf de dingen anders bekijken. Omdat je dénkt dat je ze anders moet bekijken. En wie zo gaat denken én dus kijken, ziet de dingen ook anders of dénkt dat hij ze anders ziet dan anders. Anders dus.

INVALSHOEK

Dat is waar deze haiku heel ernstig over gaat: dat je de dingen soms anders ziet, omdat je vanuit een bijzondere invalshoek of tijdens een speciaal moment denkt dat je ze anders móét zien, terwijl ze er altijd zo uitzien en hebben uitgezien.

Tijdsverloop

Hij kwam uit zijn huis
en ging er zonet weer in.
De dag is voorbij.

In een haiku is er normaal geen tijdsverloop. Een haiku beschrijft altijd één moment, één belevenis, één ervaring in het nu, die soms niet langer duurt dan een flits. Het besef van dat moment of die flits is het zogenaamde haikumoment.

In bovenstaande haiku zou je wél een tijdsverloop kunnen lezen. Maar dat is — zoals zo vaak in haiku — slechts schijn, een misleiding van een (te) vlugge lezing. Want ook in deze haiku wordt slechts één kort moment in het nu beschreven, namelijk het plotse besef dat er een dag voorbijging. Dat besef kwam er bij mij door de thuiskomt van mijn buurman en het vertrouwde geluid van het dichtvallen van zijn deur. Die thuiskomst roept dan ook het vertrek ’s morgens vroeg op én het dagelijkse, vaste patroon van het vertrek ’s morgens en de thuiskomst ’s avonds. En daardoor dus het besef van een (alweer) voorbije dag.

BESEF

De haiku gaat dus niet over het vertrek of de thuiskomst van een buur, maar over het besef van een voorbije dag. En dat besef ontstaat als een flits in het nu, getriggerd door de thuiskomst van de buur én de reflectie op zijn vertrek ’s morgens. Maar de haiku zelf beschrijft geen tijdsverloop, wel het besef van een tijdsverloop in het nu.

Kwartiertje

Waarom in godsnaam
zou ik naar Spanje vliegen?
Kwartiertje fietsen.

Op mijn Facebookpagina postte ik deze haiku samen met een idyllische foto van het Turnhouts Vennengebied bij valavond en vanaf een uitkijktoren genomen. Nu zou je de vraag kunnen stellen of de haiku ook bestaansrecht heeft zonder die foto. Met andere woorden: zegt de haiku zonder het beeld voldoende?

Je lijkt geneigd om daar snel ‘neen’ op te antwoorden. Omdat de reden om niet naar Spanje te vliegen lijkt te ontbreken in de haiku. De foto op Facebook vult die schijnbare leemte dan in. Schijnbaar. Want ik meen dat de haiku ook zonder de foto perfect leesbaar is. Als je tenminste wat gewoon bent om haiku te lezen en weet dat veel haiku’s een uitnodiging zijn om zelf in te vullen.

HINT

Concreet bij deze haiku, waarbij op het eerste gezicht een reden lijkt te onbreken, bestaat de uitnodiging erin om zelf te zien en in te vullen waarom je in godsnaam niet naar Spanje zou vliegen. De hint voor die invulling zit hem dan in het wat cryptische ‘kwartiertje fietsen’. Een kwartier is niet lang en met de fiets dus ook niet ver. Bovendien staat er ‘kwartiertje’: een bewuste, verdere verkleining van de fietstijd en dus de afstand, een aanduiding en suggestie dat die eigenlijk te verwaarlozen is.

Wie haiku dan dieper heeft leren lezen, leest erin dat er dichtbij voor mij iets te vinden is dat ik op z’n minst even boeiend, mooi, interessant, leuk vind, dan wat ik in Spanje zou aantreffen. En is dat niet overal zo in een cirkel van een kwartiertje fietsen? En waarom dus naar Spanje vliegen (wat een gedoe, soms alleen al om op tijd in de luchthaven te geraken) als een kwartiertje fietsen blijkbaar al volstaat? En dan mag je dat ‘iets’ zelf invullen: een landschap, een ervaring, een belevenis. Op Facebook vulde die foto dat in: een prachtig waterlandschap in avondkleuren.

Besluit: naar mijn gevoel en mits wat leeservaring én verbeelding kan ook deze haiku perfect op zich bestaan en heeft hij zijn waarde. De essentie, de inhoud van de haiku, is dus niet het Turnhouts Vennengebied in de avondkleuren (wat de foto op FB misschien doet vermoeden), maar het idee dat er ook in je buurt (kwartiertje fietsen) wel iets te vinden is dat heel erg de moeite is. Als je het maar met verwonderde, ‘nieuwe’ ogen wilt bekijken, zien én dat ook beseft.

Vervullen

Een van de plezierige dingen aan haiku is dat ‘het verhaal’ vaak niet helemaal wordt uitgeschreven en de lezer daarmee vriendelijk wordt uitgedaagd om mee te spelen, verder te schrijven en het verhaal dus volgens eigen smaak en verbeelding te kruiden of zelfs af te werken.

In feite zit in de haiku wél het hele verhaal via een bijzondere vorm van suggestie, maar het wordt niet helemaal verteld, waardoor je als lezer geprikkeld wordt om het zelf in te vullen of aan te vullen. Je zou kunnen zeggen dat je als lezer nog moet vervullen wat de haikudichter schreef. Ja, een haiku moet vaak tijdens het lezen worden vervuld. Het is een mooi idee en het maakt haiku tot een van de meest speelse en prikkelende vormen van poëzie die ik ken.

Ik wil dat graag illustreren met twee haiku’s die ik ‘de grote misverstanden’ noem. Voel je wat ik bedoel met het vervullen van de haiku?

Op het poortje pas
een vergezicht geschilderd …
’t Grote misverstand.

O schat, schat, je bracht
een zakje chocomousse mee!
’t Grote misverstand.

Dieu …

Konden we dit jaar
de muggen niet overslaan?
Nee. Niet. Non de Dieu!

Soms zit er in een haiku heel onopvallend een weetje verborgen. Zoals in deze haiku. Misschien was je eerste reactie bij het lezen: Maar dat is fout! Dat moet zijn Nom de Dieu.

Welnu, hier is het weetje: oorspronkelijk was het wel degelijk Non de Dieu. Als uitdrukking van een zekere frustratie zei je letterlijk: Nee van God. Maar later werd die uitdrukking — zoals dat zo vaak met uitgesproken uitdrukkingen gebeurd — verbasterd tot Nom de Dieu. De interpretatie die men er dan aan gaf, wijzigde daarmee: het werd een godslasterlijke vloek, een blasfemie, gezien de christelijke traditie verbood om de naam van God te noemen buiten het gebed om.

Maar in deze haiku gebruik ik dus de oorspronkelijke uitdrukking en geef de laatste regel van de haiku daarmee een dubbele betekenis: dat het overslaan van de muggen letterlijk niet mag van God (die ze zelf schiep?), maar dat ik daar tegelijk gefrustreerd om vloek.

Meidoorn

De geur van meidoorn;
zo zwaar dat hij op het wit
van de bloemen weegt.

Hoe ver kun je gaan in het zintuiglijk plastisch maken van een haiku? Met plastisch wordt hier dan bedoeld: aanschouwelijk en tastbaar maken, gericht op het geven van een vorm.

In bovenstaande haiku tast ik die grens af en trachtte ik iets wat niet te zien noch te voelen is toch tastbaar en aanschouwelijk te maken: een geur. Het is een typisch trekje van de haiku om de dingen zodanig anders te bekijken en te beschrijven dat hun aard of eigenschap er duidelijker, sterker uit naar voren komt.

Concreet bij deze haiku: bij het passeren van een meidoorn in volle bloei rook ik de erg zoete geur en voelde dat aan als ‘zwaar’. Door het vele stuifmeel zagen de bloemen er ook wat gelig uit en niet meer zo wit als tijdens het begin van de bloei. Ik drukte dat plastisch uit door de geur te laten ‘wegen’ op dat wit. Daardoor wordt het voor de lezer mogelijk om de geur misschien net iets beter te ondergaan en in gedachten de erg zoete geur te ruiken én tegelijk de wat gelige bloemen te zien. Zo werkt haiku dus.

Groen en groen

En langs het kanaal
zoeken de eiken samen
naar hetzelfde groen.
~
In dezelfde straat
raken de kruinen ’t niet eens
over het soort groen.

Twee variaties op hetzelfde thema. Maar zeggen ze ook hetzelfde?

Langs het kanaal in Turnhout staan heel veel eiken, de ene al ouder en dikker dan de andere. Eiken komen in de lente doorgaans pas laat in het blad. Maar de verschillen per eik, zelfs van dezelfde dikte en grootte, kunnen groot zijn. Dat maakt dat hun groen in deze tijd van het jaar ook erg kan verschillen: van heel lichtgroen tot al wat donkerder groen.

Tegelijk zag ik in een straat in de buurt verschillende soorten bomen die langzaam in het blad komen. En ook hier veel verschillend groen. Maar om een andere reden dan langs het kanaal. In die haiku staat dezelfde op een heel andere plaats dan hetzelfde in de andere haiku. Daardoor wordt de lezing, de diepere lezing, ook heel anders.

Twee haiku’s over (ongeveer) hetzelfde, maar heel anders van diepere lezing. Probeer maar!

Tevreden

Soms ben ik heel tevreden over mijn eigen haiku. Echt wel! Ach ja, is daar iets verkeerds mee? Nee toch? Het zou eerder andersom erg zijn als ik nooit over mijn gedichten tevreden was. Wat stom van mij dat ik ze dan zou delen, uitgeven, rondstrooien, vermenigvuldigen. Neem nu deze haiku:

Kijk, de eekhoorn brengt
de ene boom wat dichter
bij de andere!

Heerlijk vind ik die zelf! Vooral omdat hij op verschillende manieren te lezen valt en hij je afhankelijk van de manier een ander, mooi tafereel uit de natuur laat zien.

Zo kun je een eekhoorn zien die tijdens zijn winterrust even wakker is geworden (eekhoorns doen dat als het wat warmer is en ze iets willen eten) en langs een tak in de kruin van een boom loopt tot die tak wat vooroverbuigt en op die manier dichter bij een tak van een naburige boom komt. Tot ze elkaar raken en de eekhoorn zo van de ene boom in de andere overloopt. Een mooi beeld vind ik dat. Inhoudelijk mooi (de eekhoorn brengt die twee bomen inderdaad letterlijk dichter bij elkaar) en ook mooi als winters tafereel. Niet?

ANDERS

Maar je kunt hem ook anders lezen, los van een jaargetijde: een eekhoorn gaat met een dennenappel of een okkernoot van de ene boom op een tak van een andere boom zitten om die op te eten. Ook zo brengt de eekhoorn de ene boom dichter bij de andere boom. En tegelijk wéér een mooi tafereel.

Ja, ik ben best wel tevreden over mijn haiku. Daarom lees ik hem nog eens voor u voor:

Kijk, de eekhoorn brengt
de ene boom wat dichter
bij de andere!

Ontwaken

We staan … eh … liggen er nog zelden bij stil: dat het ontwaken eigenlijk iets heel bijzonders is. Er gebeuren op dat moment heel wat ingewikkelde processen in ons lichaam. En daar kan ook altijd iets bij mislopen.

Ik maakte daarover een haiku. Een heel eenvoudige haiku over iets heel ingewikkelds dus. De bedoeling van de haiku is om er even de aandacht op te vestigen. Op het feit dat we iets dat op zich heel bijzonder is heel gewoon zijn gaan vinden. En ik vraag mij af hoe dat idee het sterkst werkt, overkomt: als ik mij laat ontwaken op een regendag, op nieuwjaarsdag of op paaszondag.

Ik denk dat ik voor paaszondag kies. Omwille van de klank. Ik heb het gevoel dat dat woord het meest bijzonder klinkt en dus het bijzondere van het moment van het ontwaken nog net iets meer in de verf zet. En dan vooral het feit dat we dat niet bijzonder vinden. Het bijzondere van paaszondag versterkt met andere woorden het idee dat we dat niet bijzonder vinden.

Ook in regenweer
ervaar ik mijn ontwaken
als iets heel gewoons.
~
Ook op nieuwjaarsdag
ervaar ik mijn ontwaken
als iets heel gewoons.
~
Ook op paaszondag
ervaar ik mijn ontwaken
als iets heel gewoons.