Toespraak

Vandaag kreeg ik om 14.20u. een telefoontje van een schepen van een gemeente uit de Kempen. Of ik misschien tegen 17u. een haiku kon schrijven voor een eindejaarstoespraak, waarin het vreemde coronajaar werd samengevat en waarin tegelijk hoop zat voor de toekomst, ‘perspectief’ heette het. Ik zei dat ik het zou proberen en ik ging langs het kanaal rennen. Toen ik acht kilometer later weer in Belle Fontaine aankwam, had ik een paar mogelijkheden bijeengelopen. Hierbij wat ik per e-mail stuurde naar de schepen:

Beste

Ik maakte een paar haiku’s. Misschien moet je de toehoorders wel even kort uitleggen wat een haiku is. Iets als: een van oorsprong Japans kort gedicht van drie regels van vijf, zeven en vijf lettergrepen. Meestal vanuit de natuur met een diepere lezing over de mens.

Ik probeerde een paar versies waarin het idee van de bubbel zit, alsook ‘het opgesloten zijn’ van het voorbije jaar, maar evenzeer de flexibiliteit van de mens en zijn veerkracht. Een eerste, heel gewone versie is deze:

En na dit alles,
vanuit een warme bubbel,
weer hoopvol vooruit!

Maar dat is eigenlijk niet echt een goeie haiku, het is eerder een boodschap, geen poëzie. Er staat wat er staat, het roept geen beeld op.

Wil je iets poëtischer zijn en de mensen een beeld meegeven dat ze langer zullen onthouden, dan zijn de volgende versies mooier en meer echte haiku’s. Ze gaan immers over een tafereel in de natuur, maar vertellen iets over de mens, over ons en ons corona-avontuur.

En na lang wachten
breekt dan de vlinder kleurrijk
uit zijn cocon. Hoop.
~
De vlinder, hij brak
uit zijn donkere cocon
en zoekt nu een bloem.
~
Vlinder in cocon,
dan kleurrijk uitgebroken.
Hij zoekt al een bloem.

Welke versie van de drie de mooiste is, is vrij persoonlijk. In deze versies staat het beeld van de cocon voor onze bubbel, de quarantaine, maar ook voor het opgesloten zijn en in een keurslijf gedwongen worden door alle regels en regeltjes van het voorbije jaar. We hadden nog weinig bewegingsvrijheid, net zoals de vlinder in wording in zijn cocon: strak ingesloten.

Maar in die cocon gebeurde er toch nog ontzettend veel: een hele metamorfose van rups naar vlinder. Misschien is het dus ook voor ons niet voor niets geweest, komen we er anders en mooier uit.

En we zijn flexibel, veerkrachtig, weerbaar. Als we eruit mogen, staan we er niet al te lang bij stil en gaan weer op zoek naar de mooie dingen in het leven, de bloemen. We proberen positief te zijn en trekken ons snel op aan de schoonheid van het leven. Dat is dus de hoopvolle boodschap, het kleurrijke perspectief na de somberheid van de cocon. Ook voor de vlinder is er na het ingesnoerd zijn in de cocon het perspectief van kleur en vrijheid.

En zoals ik aan de telefoon al zei: je doet er goed aan om een haiku twee keer na elkaar te lezen, zo mogelijk met een lichtjes andere intonatie. Mensen zijn luie luisteraars en een haiku is heel kort. Ze luisteren maar echt als je al halfweg of bijna ten einde bent. De eerste keer kunnen ze dan de haiku over zich heen laten komen, de tweede keer actiever luisteren. Succes!

Geert

Benieuwd welke haiku het is geworden. Als ik het hoor, voeg ik het hier nog aan toe.

Kerstverlichting

Mijn werkplek, mijn schrijversnest op de zevende verdieping naast het kanaal in Turnhout heeft drie zijden: een voorkant met een reusachtig schuifraam en terras dat stroomopwaarts over het kanaal kijkt, een zijkant langs het kanaal en de tegenoverliggende zijkant. Ook die kant is bijzonder met een strakke en heel verzorgd aangelegde esplanade, alleen te voet toegankelijk voor de bewoners van de Ancotorens, waarvan Belle Fontaine deel uitmaakt. De stad verzorgt die esplanade heel goed. Met stijlvolle beplanting, verlichting én banken.

Gisteren hebben ze er ook kerstverlichting aangebracht. Met KIS (Keep It Simple) in gedachten, maakten ze er iets heel stijlvols van. Waaruit nogmaals blijkt (in tegenstelling tot sommige, nerveus flikkerende kerstverlichting in de wijk over het kanaal): eenvoud (ver)siert. Hierbij twee foto’s.

Valavond, de zon
en onze kerstverlichting;
samen een verbond.

Wie toch, wie zei toch
dat kerstmis moet flikkeren?
Zelfs het licht niet stil.

Stekker erin en …
in heel het huis geen licht meer.
Zijn kerstversiering.

Matthias Schoenaerts

Ik las vandaag een interview in De Morgen met acteur Matthias Schoenaerts, die door de wereldwijde coronacrisis ineens een heel andere, lege agenda kreeg dan gepland. En dat stemt hem vrolijk: Het is vreemd om te zeggen in deze periode, maar ik heb enorm genoten de voorbije maanden.

En daar gaat hij dan dieper op in: Het is de eerste keer in tien jaar, sinds Rundskop eigenlijk, dat ik een lange periode thuis ben. Dat is zo heilzaam: ik ben aan het ­fotograferen, schilderen, schrijven. Ik kan tijd en aandacht schenken aan de heel simpele dingen waar we anders aan voorbij­­razen.

PLEIDOOI

Ik las dat laatste opnieuw. Gaf Schoenaerts zonet geen mooie definitie, of althans het begin ervan, van wat haiku is, van wat haiku schrijven en lezen is? Ja toch? En hij gaat gedreven verder: Serieus, kijk daar eens naar, zegt hij, terwijl hij een blaadje van de grond plukt. Die kleuren, dat patroon. Ik kan uren kijken naar de pure schoonheid van de dingen die ons omringen.

Boven hem en de journaliste is een duif amok aan het maken tussen het uitgedunde bladerdek. Terwijl jij de wonderlijke schoonheid van de natuur aan het bezingen bent, gaat dat beest op onze kop schijten, zegt ze. En ook dat zal een p-r-a-c-h-t-i-g moment zijn, antwoordt Schoenaerts.

Moet iemand hem niet vertellen dat hij van haiku houdt en daar meteen ook een geweldig pleidooi voor hield?

Kijkend naar een blad
weet hij niet dat zijn liefde
een naam heeft: haiku.