Tanshuku

Kijk,
iemand
bond zijn vlieger
aan die duin daar vast!

Het mooie aan de nieuwe vorm van de tanshuku is dat je zelf de indeling in regels mag bepalen en dat doen zoals dat volgens jou het mooist past. Daarmee kun je dan typografisch gaan spelen. Zoals ik bij deze tanshuku deed. Ik schikte de inhoud zodanig in regels dat je er mits wat verbeelding een duin kunt in zien of misschien zelfs een opstijgende vlieger. Niet? Draag er alleen zorg voor dat je tanshuku wel makkelijk blijft lezen. Maak dus geen vreemde regelsprongen.

De vlieg

Gisteravond zat ik een poosje in alle stilte heel alleen in ons Huis van de Haiku. Nu ja, heel alleen. Er was ook nog die vlieg. De vlieg en ik dus. Soms ver weg in een hoekje van de Huiskamer, soms vervelend dichtbij. Ze inspireerde mij tot een reeks verzonnen haiku’s. Je hebt vaak niet veel nodig om even helemaal haiku te worden.

Vlieg, zeg het mij eens:
wie van ons beide hier is
de meest eenzame?

Aldoor rondkijkend,
de nieuwe vliegenmepper
al warm in de hand.

O, wat jammer toch
dat ze zo snel al op zijn!
Naar de vliegen slaan.

Ik zou haast willen
dat er nog veel meer waren.
Naar de vliegen slaan.

Maar er moet toch nog
een allerláátste vlieg zijn?
Ik blijf rondkijken.

En dan gooit ze die
gewoon in de vuilnisbak.
Doodgemepte vlieg.

Mussenpraatjes

Heeft het te maken met het keren van het weer? De mussen om en rond ons Huis van de Haiku zijn vanmorgen in de klimhortensia luidruchtiger dan anders. Dat is toch wat ik denk. Of ligt het aan mij? Ook dat vertelt misschien deze haiku.

Variaties, maak variaties! leer ik altijd aan mijn leerlingen. En ik suggereer om voor elke haiku een dubbele pagina in een werkschrift te voorzien en pas te stoppen met het maken van variaties als ze onderaan de rechterkant zijn gekomen. Hierbij drie variaties van de mussenhaiku. Maak voor jezelf maar uit welke je de mooiste vindt.

Wat is er gebeurd
dat de mussen toch zoveel
moeten vertellen?

De mussen; wat is
er gebeurd dat ze zoveel
moeten vertellen?

Nog maar ochtend en
al zóveel te vertellen.
Mussen in de straat.

Kyowatori

Vandaag
een fuut;
je hebt er mooi
het raden naar.

De kyowatori is een boeiende haikuvorm om iets over jezelf of hoe je je op het moment voelt te vertellen zonder het expliciet te zeggen. En net dat is zo typisch voor haiku: je suggereert het. Die suggestie kun je in een kyowatori meer of minder expliciet maken. Of de lezer de suggestie dan wel of niet goed begrijpt en vat, hangt vaak ook af van de kennis die hij over de vogel heeft. Het is namelijk die vogel en zijn manier van zijn die de suggestie deels moet overbrengen. Het zit als het ware in de vogel. Een kyowatori is dus poëzie en natuurkennis tegelijk.

Neem nu deze kyowatori over de fuut. Waar heb je dan wel het raden naar? Het is in dit geval dus een vrij vage suggestie. Tenzij je de fuut kent en weet dat hij, drijvend op de plas, plots en geheel onverwacht helemaal kan onderduiken (in tegenstelling tot een eend die altijd met haar kont boven blijft) en na een poosje (je weet echt niet wanneer) elders (je weet echt niet waar) weer boven komt. Eenmaal ondergedoken heb je er dus het raden naar wanneer en waar je hem weer zult zien. Op die manier gelezen is de kyowatori al niet meer zo vaag. Ook het woord mooi in deze kyowatori is interessant en dubbel van betekenis: de fuut is een mooie vogel. Je hebt dus het raden naar iets moois dat weer boven water komt. In de andere betekenis is het eerder iets als: de fuut is een eigenzinnige vogel. Híj bepaalt wel wanneer en waar hij zich weer laat zien. En daar sta jij dan mooi. Zoiets. Zo ongeveer.

Je maakt een kyowatori dus zo cryptisch als je zelf wilt. Of juister gezegd: zo cryptisch als de vogel toelaat.